2/4 het Thermenmuseum in Heerlen en in de hal van ons gemeentehuis. Er zijn archeologen die vermoeden dat de villa waarin de dame gewoond heeft, nog niet teruggevonden is. Ze menen namelijk dat een dergelijk verfijnde en dure sarcofaag niet gemaakt kan zijn in opdracht van de toch maar kleine en niet erg luxueuze villa's die in het Hulsveld zijn teruggevonden. Romeinse villa van Vlengendaal In het begin van onzejaartelling was er in de omgeving van Vlengendaal reeds bewoning. Dit blijkt uit de restanten van de Romeinse villa, die in 1911 en 1913 onder leiding van Dr. Goossens werden opgegraven. Deze villa werd gebouwd in de eerste heift van de tweede eeuw en was bewoond tot het begin der derde eeuw. Wie er gewoond heeft is moeilijk te zeggen, het kan een Romeinse kolonist geweest zijn of een geromaniseerde Barbaar. In de buurt van bedoelde villa liggen er op de Nederlands-Duitse grens nog twee villas, maar tot op heden hebben daar nog geen opgravingen plaatsgevonden. Het nabij op Duits grondgebied gelegen Vetschau, alwaar veel Romeinse vondsten zijn gedaan, lag aan de belangrijke Romeinse weg Heerlen-Aken (Coriovallum-Aquae Grani). Volgens deskundigen zou deze villa van alle tot dusverre in Nederland onderzochte landhuizen de luxueuste zijn geweest. De grootste lengte van het woonhuis is 44 m. en een breedte van 31 m. De binnenplaats (impluvium) beslaat een oppervlakte van ca. 140 m2. De linkse en rechtse vleugels hebben aan de voorkant een hoektoren. Deze vleugels zijn door een voor- en achterhal met elkaar verbonden. De voorhal is waarschijnhijk voorzien geweest van een zuilengalerij. De beide vleugels bevatten de woonvertrekken, 13 in getal, met badinrichting voor warme en koude baden, In de grootste vleugelbouw zijn twee woonkamers voorzien van verwarming (hypocaustum). Dit was een ca. 60 cm. hoge ruimte onder de vloer; hierin stonden, regelmatig in rijen gerangschikt, een aantal kolommetjes, waarop de vloer van het vertrek rustte. Deze waren opgebouwd uit ronde en vierkante tegeltjes. Aan de ene kant van het hypocaustum was er de stookplaats, aan een van de andere zijden waren de rookbuizen ingemetseld. De vlammen van het houtvuur verspreidde zich met rook onder de vloer van de kamer en trokken door de rookbuizen naar boven. Zo werd de vloer door het hypocaustum en een der kamerwanden door de warme rookbuizen verwarmd. Bij de badinrichting was er een derde stookplaats. Dit bad bestaat ult een verwarmde kamer, met zijkamertjes voor het warm- en koudwaterbad. De badkamer had een kleurrijke mozaiek vloer met een ornament van marmerplaten. Er zijn ook fragmenten gevonden van muurschilderingen, naar alle waarschijnlijkheid zijn deze ultgevoerd in de techniek van de kalkschildering. Uit de vondst van steenkoolsintels kan men concluderen, dat toen reeds steenkool voor verwarming werd gebruikt. Het woonhuis was omringd door een muur en het terrein erachter was geplaveid met stenen, Op een afstand van ca. 6 m ligt het tweede gebouw, met een lengte van 23 m en een breedte van 8.60 m. en heeft vermoedelijk als schuur gediend. Zeven meter van deze schuur ligt het derde gebouw, met een lengte van 26,80 m en een breedte van 14.40 m. Dit gebouw heeft vermoedelijk gediend als stal en werkplaats. Over de inrichting van de stallen en schuur is niet veel bekend, omdat deze door omstandigheden maar gedeeltelijk betrokken werden bij de opgravingen in 1911 en 1913. Na de verwoesting van deze Romeinse boerderij in de 3e eeuw ontbreken ons gegevens over bewoning. Omdat de Romeinse naam van Simpelveld bekend is gebleven, moet er voortdurend bewoning zijn geweest in de volgende eeuwen. Alleen de machthebbers wisselden: Het Frankische rijk onder de Merovingische en later de Karolingische vorsten vormt zich. Ontginning van de twee centra Men neemt aan dat in Simpelveld vanuit de Vroenhof (hof van de heer) de ontginning Bron: Gemeente Simpelveld |